Nog geen twee maanden in dienst: beëindigingsvergoeding ruim EUR 50.000,–

e-mail

Nog geen twee maanden in dienst: beëindigingsvergoeding ruim EUR 50.000,–

Het Hof Den Haag heeft geoordeeld dat een werkgever bijna een halve ton moest betalen aan de werknemer die door de werkgever op staande voet is ontslagen terwijl zij nog maar enkele maanden in dienst was.

De werknemer was sinds november 2017 in dienst van IMA, een startende onderneming op het gebied van telefonische verkoop. Vanaf het moment van indiensttreding is het loon van de werknemer niet op tijd betaald.

De werkgever heeft op 14 december 2017 de werknemer aangesproken omdat er een verschil in de tekst zat tussen een volgens de werknemer door een opdrachtgever aan haar verzonden e-mail en de e-mail die volgens die opdrachtgever aan de werknemer is verzonden. Volgens de werkgever heeft de werknemer de tekst aangepast om zo haar eigen fout te verhullen. Hierdoor zou de opdrachtgever zich hebben teruggetrokken. Ook maakte de werknemer volgens de werkgever onterecht geen gebruik van de standaard arbeidsovereenkomsten.

De werknemer heeft zich vervolgens ziekgemeld en via haar advocaat betaling van het achterstallig salaris verzocht. Als reactie hierop gaf de werkgever aan dat hij de werknemer tijdens het gesprek op staande voet had ontslagen.

De werknemer verzocht vernietiging van het ontslag op staande voet en loondoorbetaling. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven. De werknemer ging in hoger beroep.

Het hof oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was. Volgens het hof was er geen sprake van een dringende reden. Dat de opdrachtgever zich heeft teruggetrokken ligt volgens het hof niet aan de werknemer. Hiervoor bestonden andere redenen. Daarnaast hadden meerdere werknemers toegang tot het account van de werknemer en kon niet worden bewezen dat de werknemer de e-mail had aangepast. Daarnaast heeft de werkgever nooit gezegd dat de werknemer onder geen beding van de standaard arbeidsovereenkomsten mocht afwijken.

Het hof oordeelde dat herstel van de arbeidsovereenkomst niet meer mogelijk was en veroordeelde de werkgever tot betaling aan de werknemer van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van ruim EUR 9.000,–. Aangezien geen verweer was gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde billijke vergoeding van ruim EUR 35.000,– werd deze eveneens toegewezen. Daarnaast moest de werkgever achterstallig loon en wettelijke verhoging betalen en de proceskosten vergoeden. Al met al ging het om een bedrag van ruim EUR 50.000,– dat door de startende onderneming moest worden opgehoest. De advocaat van IMA had in hoger beroep verweer moeten voeren tegen de (hoogte van) de gevorderde billijke vergoeding, dan was het bedrag van EUR 35.000,– niet toegewezen.

Voor de gehele uitspraak klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

 

Karlijn Kapel
kapel@sorensenadvocaten.nl
Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.