Ambtenarenrecht

Een ambtenaar heeft een van een gewone werknemer afwijkende rechtspositie. De ontslagregels uit het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing. Het ambtenarenrecht kent eigen ontslagregels, die zijn opgenomen in rechtspositieregelingen zoals het ARAR voor rijksambtenaren en de CAR/UWO voor gemeenteambtenaren. 

Een ambtenaar kan worden ontslagen door een eenzijdig ontslagbesluit van het bevoegd gezag. Het ontslag uit een vaste aanstelling mag enkel gebaseerd zijn op één van de rechtsgronden die genoemd worden in de toepasselijke rechtspositieregeling.
Ingeval van een tussentijdse beëindiging van een tijdelijke aanstelling heeft de overheidswerkgever ruimere mogelijkheden voor ontslag, maar dan gelden er wel enkele opzegverboden.
Bij het ontslag van een ambtenaar wordt minder snel een vergoeding toegekend, omdat een ambtenaar na zijn ontslag bovenop een WW-uitkering vaak nog een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering ontvangt van het overheidsorgaan waar hij werkzaam was.
Een ambtenaar kan zijn ontslag achteraf laten toetsen door het instellen van bezwaar en beroep. Het is daarbij belangrijk dat een ambtenaar zijn bezwaar zo snel mogelijk kenbaar maakt, omdat hij anders zijn rechtspositie zou kunnen verzwakken.

Wij adviseren zowel ambtenaren als overheidsinstellingen in arbeidsrechtelijke kwesties.