Recente zaken

We proberen onze zaken eerst zonder procedure op te lossen. Lukt dat niet, dan willen we winnen!

 

Hieronder een greep uit onze zaken:

Tegenvorderingen afgewezen, slechts verlaagde transitievergoeding toegewezen

Rechtbank Oost-Brabant 27 maart 2018

 

Tegenvorderingen afgewezen, slechts verlaagde transitievergoeding toegewezen

 

In deze kwestie heeft cliënte Topholding Voergroep Zuid B.V. de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer gevorderd, waarbij de werknemer zich tegen de ontbinding verweerde en bovendien een tegenvordering indiende.

 

De werknemer vorderde onder meer het volgende:

 

– een transitievergoeding van EUR 32.892,–;
– een billijke vergoeding van EUR 147.560,–;
– een aanvullende vergoeding conform het Sociaal Statuut ten bedrage van EUR 39.589,– of EUR 6.624,–;
– een onbelast bedrag aan mobiliteitsbudget ad € 3.025,–;
– betaling van salaris over de volledige opzegtermijn van vijftien weken, zonder inachtneming van de tijd die de procedure vergde, omdat de werkgever ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld;
– ontheffing van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen relatiebeding;
– verklaring voor recht dat de werknemer in een hogere functieschaal hoort te zitten en daardoor recht heeft op dat hogere salaris;
– verklaring voor recht dat het salaris van de werknemer EUR 8.922,– bruto exclusief vakantietoeslag was in plaats van EUR 8.211,–;
– de wettelijke verhoging van 50% over het te weinig betaalde salaris

 

De vorderingen van de werknemer telden zich op tot een bedrag van meer dan EUR 300.000,– bruto. De rechtbank wees echter slechts een verlaagde transitievergoeding toe van EUR 30.226,05 bruto, met veroordeling in de proceskosten voor de werknemer.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Concurrentie- en relatiebeding niet rechtsgeldig en ook geen onrechtmatige concurrentie

Rechtbank Gelderland 21 maart 2018

 

Concurrentie- en relatiebeding niet rechtsgeldig en ook geen onrechtmatige concurrentie

 

In deze zaak stonden we een werknemer bij die door zijn ex-werkgever werd gehouden aan een concurrentiebeding uit een oud contract en een relatiebeding uit een nieuw contract voor bepaalde tijd. Voor het geval beide bedingen niet meer rechtsgeldig zouden zijn, werd een beroep gedaan op onrechtmatige concurrentie. De werkgever had beslag gelegd op de bankrekeningen van werknemer en zijn vrouw, ter zekerheid van het verhaal van de vordering van werkgever.

 

Namens cliënt hebben wij een opheffingskort-geding gevoerd en gewonnen.

 

De voorzieningenrechter oordeelde dat het eerste concurrentiebeding uit de overeenkomst voor onbepaalde tijd, was komen te vervallen door inwerkingtreding van het contract voor bepaalde tijd dat partijen hadden afgesloten na de AOW-gerechtigde leeftijd van werknemer. In dit contract voor bepaalde tijd stond een relatiebeding opgenomen. Dit relatiebeding achtte de rechter echter niet rechtsgeldig daar de overeenkomst was gesloten na inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid en er geen schriftelijke motivering was opgenomen waaruit bleek dat het beding noodzakelijk was vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Om die reden was het relatiebeding niet rechtsgeldig, aldus de voorzieningenrechter.

 

Van onrechtmatige concurrentie was geen sprake volgens de voorzieningenrechter. Duidelijk was dat werknemer wel klantcontact had gehad en er enkele klanten en leveranciers waren overgestapt naar de nieuwe werkgever, maar het vijftal door de ex-werkgever gestelde gedragingen leidde sowieso niet tot een structureel verlies van klanten en leveranciers en ook was er geen stelselmatig doelmatig contact met relaties van ex-werkgever en ook geen substantiële duurzame afbreuk aan het bedrijfsdebiet van de ex-werkgever.

 

Het enkele overgaan van een aantal klanten naar de nieuwe werkgever, gesteld dat dit er vijf of minder zijn, levert onvoldoende afbreuk aan het bedrijfsdebiet daar de ex-werkgever circa 200 klanten had. Van bijkomende omstandigheden was evenmin sprake. Van onrechtmatige concurrentie was derhalve geen sprake.

 

De ex-werkgever werd veroordeeld tot opheffing van het gelegde conservatoire beslag op straffe van een dwangsom en de ex-werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Belangen werknemer prefereerden boven die van werkgever: relatiebeding geschorst

Rechtbank Amsterdam 15 februari 2018

 

Belangen werknemer prefereerden boven die van werkgever: relatiebeding geschorst

 

In deze kwestie traden wij op namens de werknemer om het jegens de werkgever overeengekomen relatiebeding te schorsen.

 

Het relatiebeding zorgde ervoor dat de werknemer die weliswaar 64 jaar oud is, maar nog volop kansen op de arbeidsmarkt heeft, gedurende een jaar niet in dienst kon treden bij bedrijven die hem graag inhuurden.

 

De kantonrechter beoordeelde in kort geding of het relatiebeding van de werknemer vernietigd diende te worden op grond van het feit dat de belangen van de werknemer bij vernietiging van het relatiebeding groter waren in verhouding tot het te beschermen bedrijfsbelang van de werkgever.

 

De procedure werd op het scherpst van de snede gevoerd, doordat de werkgever tegenvorderingen instelde vanwege het feit dat de werknemer contact had gehad met relaties van de werkgever, waardoor het relatiebeding reeds was geschonden en er boetes verbeurd zouden zijn. De kortgedingrechter maakte overeenkomstig de stellingen die wij namens de werknemer aanvoerden een principieel onderscheid tussen een non-concurrentiebeding en een relatiebeding. Een relatiebeding ziet niet toe op het beschermen van bedrijfsgeheimen. Het relatiebeding ziet op het werken voor relaties waardoor de werkgever in haar positie op de markt wordt benadeeld. Het relevante belang van de werkgever is dan ook gelegen in commercieel gevoelige kennis en ervaring waarover de werknemer beschikt en die hij bij relaties van de werkgever in zou kunnen zetten. Het gegeven dat de betreffende relaties geen concurrenten van de werkgever waren maakten dat het belang van kennis over prijzen en kosten enigszins gerelativeerd diende te worden.

 

Op grond van onder meer deze afweging besliste de kantonrechter in kort geding dat het overeengekomen relatiebeding diende te worden geschorst, omdat de belangen van de werknemer prefereerden boven die van de werkgever.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Ontslag op staande voet wegens diefstal en toekenning gefixeerde schadevergoeding aan werkgever

Rechtbank Amsterdam 20 februari 2018

 

Ontslag op staande voet wegens diefstal en toekenning gefixeerde schadevergoeding aan werkgever

 

In deze zaak stonden wij een werkgever bij waarvan een Floor Manager zich schuldig had gemaakt aan het stelen van kasopbrengsten en fooiengeld. Nadat een negatief kasverschil was geconstateerd van bijna EUR 7.000,–, werd de werknemer uitgenodigd voor een gesprek. Hij meldde zich ziek en bleef enkele dagen onbereikbaar. Ook reageerde de werknemer niet of nauwelijks op oproepen van de werkgever om op gesprek te komen. Nadat de werknemer meer dan viermaal niet op gesprek was gekomen is hij op staande voet ontslagen wegens verwijtbaar handelen of nalaten (financiële malversaties en het bij herhaling geen gehoor geven aan redelijke of dringende verzoeken van werkgever om in contact te treden en uitleg te geven over kasverschillen en filmbeelden).

 

Na het gegeven ontslag op staande voet heeft de werkgever een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend. De werknemer verzocht op zijn beurt het ontslag op staande voet te vernietigen en verzocht om een billijke vergoeding alsmede een transitievergoeding en achterstallig salaris en vakantiegeld.

 

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever de werknemer minstens op vijf verschillende dagen had opgeroepen om op gesprek te komen. Daar de werknemer manager was en hij minstens op één van die vijf dagen had aangegeven te zullen komen tot vlak voor de bespreking maar vervolgens toch niet kwam, was de werknemer zeer nalatig geweest. De werknemer had zich moeten realiseren dat als de werkgever hem uitnodigt voor een gesprek over vermist geld, hij moet zorgen dat hij op die bespreking aanwezig was. Omdat de werknemer niet bereikbaar was voor zijn werkgever terwijl er kasverschillen waren waarover gesproken moest worden, is er sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Verzoek tot vernietiging van de opzegging wordt afgewezen. De werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd en ook geen billijke vergoeding.

 

Omdat het ontslag op staande voet in stand blijft, wordt de voorwaardelijke ontbinding afgewezen. De rechter overweegt dat de werkgever de gefixeerde schadevergoeding terecht heeft ingehouden.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Werknemer gehouden aan mondelinge opzegging

Rechtbank Amsterdam 18-12-2017

 

Werknemer gehouden aan mondelinge opzegging

 

In deze zaak stonden we de werkgever bij die werd geconfronteerd met een werknemer die op termijn van twee weken wilde stoppen met werken. De werknemer, een expat met een hoge functie, wilde financieel gecompenseerd worden voor het feit dat de 30% regeling (een fiscale regeling voor expats waardoor een deel van het loon netto kan worden uitbetaald) verviel. Toen de werkgever dit weigerde, nam de werknemer mondeling ontslag. De werknemer was niet bereid om zich aan de opzegtermijn van één maand te houden. Ook wilde ze haar vakantiedagen opnemen, waardoor ze nog maar twee weken zou werken. De werkgever heeft uiteindelijk ingestemd met de vroege einddatum en er zijn afspraken gemaakt over het overdragen van de werkzaamheden. Binnen enkele dagen kwam de werknemer terug op haar opzegging.

 

De werkgever hield de werknemer aan haar opzegging, heeft haar vrijgesteld van werkzaamheden en een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend voor het geval de arbeidsovereenkomst niet door de opzegging was geëindigd. Per ongeluk heeft de werkgever wel loon van de werknemer doorbetaald.

 

De werknemer stelde zich op het standpunt dat van opzegging geen sprake was en dat haar arbeidsovereenkomst nog bestaat. Voor het geval de arbeidsovereenkomst zou worden ontbonden verzocht de werknemer een billijke vergoeding van EUR 320.000,–.

 

De kantonrechter oordeelde dat de werknemer de arbeidsovereenkomst duidelijk en ondubbelzinnig heeft opgezegd. Hierdoor hoeft de werkgever geen loon door te betalen en hij mag de kosten van de internationale school van de kinderen van de werknemer terugvorderen (+ EUR 40.000,– per jaar).

 

Daarnaast heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding, zonder toekenning van een vergoeding. De werknemer heeft geen open kaart gespeeld over het advies van haar belastingadviseur en onduidelijkheid laten bestaan over haar opzeggingsbrief. Tegen de CEO heeft de werknemer gezegd dat de HR Manager haar opzeggingsbrief had en tegen de HR Manager dat de CEO deze had. Van een werknemer met een hoge positie mag meer loyaliteit worden verwacht.

 

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Studiekosten terecht verrekend met salaris

Rechtbank Rotterdam 12-10-2017

 

Studiekosten terecht verrekend met salaris

In deze zaak stonden wij de werkgever bij.

 

De werkgever had met de werknemer in een studieovereenkomst afgesproken dat de werkgever het bedrag van de studie van de werknemer (EUR 3.000,-) als lening ter beschikking zou stellen. Dit bedrag zou per jaar dat de werknemer in dienst was na het behalen van het diploma, voor éénderde kwijtgescholden worden. Drie maanden nadat de werknemer zijn diploma had behaald, zegde hij zijn arbeidsovereenkomst op. De werkgever verrekende het bedrag ad EUR 3.000,- in twee gelijke delen met het loon van de werknemer. De werknemer vorderde (onder andere) een verklaring voor recht dat de studieovereenkomst nietig was omdat de werkelijke kosten van de studie veel lager zouden zijn (circa EUR 1.000,-) en beriep zich daarnaast op het gelijkheidsbeginsel omdat collega’s minder hoefden terug te betalen (EUR 1.000,- in plaats van EUR 3.000,-). De vorderingen van de werknemer werden door de kantonrechter afgewezen, omdat een kort gedingprocedure zich niet leent voor een verklaring voor recht. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen, omdat het hier niet om gelijke gevallen ging. De kantonrechter oordeelde dat de studiekosten opgenomen in de studieovereenkomst niet ver buiten de werkelijkheid waren als alle samenhangende kosten meenomen werden in de berekening. De studieovereenkomst moest worden nageleefd en werkgever mocht studiekosten van EUR 3.000,- verrekenen met het loon, ook als de werknemer in de laatste twee maanden slechts EUR 250,- netto aan salaris ontving.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Door werkgever verschuldigde loonbelasting valt onder finale kwijting

Rechtbank Amsterdam 22-09-2017

 

Door werkgever verschuldigde loonbelasting valt onder finale kwijting

In deze zaak stonden wij een werknemer met een hoge positie bij. De werknemer had met de werkgever een beëindigingsregeling getroffen. De afspraken waren vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.

De werknemer vorderde betaling van de werkgever van de bedragen zoals opgenomen in de vaststellingsovereenkomst. In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen finale kwijting overeengekomen. Na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst ontdekte de werkgever dat geen belasting was afgedragen over een bonusuitkering van de werknemer. Deze bonus was per ongeluk bruto in plaats van netto aan de werknemer betaald. De werkgever vorderde in reconventie verrekening van het teveel betaalde bedrag met de nog openstaande bedragen. De kantonrechter beoordeelde de finale kwijting aan de hand van de Haviltex-formule en de feitelijke omstandigheden bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst en concludeerde dat de belastingafdracht onder de finale kwijting valt die partijen zijn overeengekomen. De kantonrechter wees de vordering in reconventie van werkgever af en wees de vorderingen van werknemer toe.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Ontslag op staande voet wegens diefstal en aanzetten tot diefstal

Rechtbank Gelderland 21-07-2017

 

Ontslag op staande voet wegens diefstal en aanzetten tot diefstal

In deze zaak stonden we een horecawerkgever bij die te maken had met een leidinggevende werknemer die zijn ondergeschikte collega’s aanzette om zaken van de werkgever mee te nemen. Deze leidinggevende werknemer huurde een kamer van de werkgever. In dit huis woonde hij met meerdere ondergeschikte collega’s. De assistent-bedrijfsleider heeft bij een bezoek aan deze woning zaken aangetroffen die toebehoren aan de werkgever, waaronder een aanzienlijke hoeveelheid voedsel. De werkgever heeft de werknemers hierop aangesproken. Toen duidelijk werd (middels WhatsApp- en Facebook Messenger-berichten) dat de leidinggevende werknemer diegene was die de rest aanzette om te stelen van de werkgever, is de leidinggevende op staande voet ontslagen. Ook heeft de werkgever aangifte gedaan. De leidinggevende verzocht de kantonrechter om het ontslag op staande voet te vernietigen en vorderde onder meer loon en toelating tot zijn kamer. Daarnaast diende de leidinggevende werknemer negen loonvorderingen in. De werkgever verzocht de kantonrechter om de leidinggevende werknemer te veroordelen tot betaling van de schadevergoeding en, voor het geval het ontslag zou worden vernietigd, ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven. Wel werden drie van de negen loonvorderingen van de leidinggevende werknemer toegewezen.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Snuivende leidinggevende

Rechtbank Rotterdam 13-07-2017

 

Snuivende leidinggevende

In deze zaak stonden we een horecawerkgever bij die een werknemer heeft teruggezet in functie (met een stapsgewijze salarisverlaging), vanwege onder meer drugsgebruik tijdens de terugreis van een bedrijfsuitje. De werknemer heeft niet ingestemd met de functiewijziging en hij vorderde in kort geding wedertewerkstelling in zijn oude functie en betaling van zijn oude salaris. De werknemer gaf aan dat de werkgever zijn functie niet eenzijdige mocht wijziging, omdat er geen zwaarwegend belang was. De werknemer erkende (nadat hij dit eerder bij herhaling ontkende) een beperkte hoeveelheid cocaïne te hebben gesnoven tijdens de terugreis van het bedrijfsuitje. De werknemer gaf aan hier spijt van te hebben en nooit tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden cocaïne te hebben gebruikt of tijdens werktijd onder invloed te zijn geweest. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een duidelijke grens heeft overschreden. De werknemer heeft niet alleen in strijd gehandeld met de geldende regels, maar ook is zijn gezag zodanig ernstig in het geding gekomen, dat hij (op dit moment) niet meer als leidinggevende kan terugkeren binnen de organisatie. Daar komt bij dat de werknemer niet direct zijn fout heeft erkend. Ook dit draagt ertoe bij dat er terecht geen vertrouwen is bij de werkgever op het kunnen vervullen van een leidinggevende positie. Dit rechtvaardigt de getroffen maatregel tot degradatie. Door de werknemer een laatste kans te geven heeft de werkgever heeft zich meer dan als goed werkgever gedragen. De vorderingen van de werknemer zijn afgewezen.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Ontbinding arbeidsovereenkomst na stuklopen van huwelijk tussen collega's

Beschikking Rechtbank Oost-Brabant 3-11-2016

 

Ontbinding arbeidsovereenkomst na stuklopen van huwelijk tussen collega’s

In deze zaak stonden wij een werkneemster bij die getrouwd was met een collega. Na de beëindiging van dit huwelijk, had werkneemster zich ziek gemeld. Werkgever wenste tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de werkneemster over te gaan vanwege de privésituatie tussen de twee werknemers. Werkneemster stelde dat de verzochte ontbinding moest worden afgewezen omdat sprake was van een opzegverbod wegens ziekte. Indien het verzoek toch zou worden toegewezen, verzocht werkneemster om betaling van een transitievergoeding en billijke vergoeding, betaling van vakantiegeld en vakantiedagen, nakoming van de levensloopregeling en betaling van hiermee samenhangende bedragen. De rechter oordeelde dat geen sprake was van een opzegverbod wegens ziekte, maar dat sprake was van een ernstig verstoorde relatie, zowel zakelijk als persoonlijk. Omdat de ex-man van de werkneemster de enige fee-earner in die kliniek was en om die reden onmisbaar was voor werkgever, ontbond de rechter de arbeidsovereenkomst met de werkneemster. De rechter wees de transitievergoeding, betaling van vakantiegeld en vakantiedagen, nakoming van de levensloopregeling en betaling van de hiermee samenhangende bedragen toe. De billijke vergoeding werd afgewezen omdat volgens de rechter geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Verstoorde verhouding

Beschikking Rechtbank Den Haag 10-03-2016

 

Verstoorde verhouding

In deze zaak stonden wij de werkgever bij. De werkgever had een verzoek tot ontbinding ingediend bij de kantonrechter. Er was sprake van een verstoorde arbeidsverhouding tussen haar en de werknemer. Ook herplaatsing was niet meer mogelijk. De werknemer erkende dat sprake was van een verstoorde verhouding en zag ook geen mogelijkheden voor herplaatsing. Omdat partijen het erover eens waren dat de verstoring onherstelbaar was, ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding aan de werknemer, hetgeen door partijen ter zitting was overeengekomen.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Ontbinding wegens verstoorde verhoudingen

Beschikking Rechtbank Rotterdam 11-03-2016

 

Ontbinding wegens verstoorde verhoudingen

In deze zaak hadden wij namens de werkgever een ontbindingsverzoek ingediend wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer verweerde zich tegen de ontbinding maar kon niet ontkennen dat de arbeidsverhouding verstoord was. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen hadden ter zitting een regeling getroffen waarin was afgesproken dat werknemer werd vrijgesteld van werkzaamheden tot de einddatum met behoud van loon en dat aan werknemer geen vergoeding was verschuldigd.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Afwezigheid van deskundigenverklaring

Rechtbank Rotterdam 18-03-2016

 

Afwezigheid van deskundigenverklaring zorgt voor afwijzing van de vordering

 

In deze zaak stonden wij de werkgever bij.

 

Een werknemer gaf aan last te hebben van zijn polsen en zei dat hij niet meer wilde werken. De werkgever heeft de werknemer hierop niet meer ingeroosterd, en een bedrag aan loon tot de einddatum van zijn arbeidsovereenkomst en een aanzegboete betaald. De werknemer vorderde betaling van loon over de periode waarin hij niet heeft gewerkt. De werknemer heeft hierbij geen deskundigenverklaring overlegd waaruit bleek dat hij niet kon werken. Dit is een wettelijk vereiste. De kantonrechter heeft de vorderingen van de werknemer afgewezen. De werkgever hoefde niets extra’s meer te betalen aan de werknemer.

 

Voor de hele uitspraak klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Faillissement V&D reden voor ontslag door in deze winkel exploiterende werkgever

UWV 22-04-2016 Beslissing op ontslagaanvraag

 

Faillissement V&D reden voor ontslag door in deze winkel exploiterende werkgever

 

In deze zaak stonden wij een werkgever bij die corners exploiteerde in de V&D-winkels.

 

Door het faillissement van V&D, was de werkgever genoodzaakt om de exploitatie van corners in deze winkel te staken. De werkgever vroeg voor haar werknemer, die werkzaam was als corner manager, een ontslagvergunning bij het UWV aan. De werknemer had het aanbod van de werkgever om in een andere vestiging de functie van verkoper uit te oefenen geweigerd. Het UWV oordeelde dat de verschillende functies in de organisatie niet uitwisselbaar waren en dat er geen andere herplaatsingsmogelijkheden waren dan het aanbod dat de werknemer reeds was gedaan. Het UWV verleende de werkgever toestemming voor het ontslag van de werknemer.

 

Voor de hele beslissing van het UWV klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Geen schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde

Rechtbank Rotterdam 22-07-2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:5516)

 

Geen schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde door werkgever

 

In deze zaak stonden wij een werkgever bij die de arbeidsovereenkomst van een werknemer had opgezegd nadat zij daartoe toestemming had gekregen van het UWV. Na een paar maanden nam de werkgever twee nieuwe werknemers in dienst. De werknemer wiens arbeidsovereenkomst was opgezegd, stelde zich op het standpunt dat de werkgever de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden en vorderde loon over de maanden sinds zijn ontslag. De kantonrechter oordeelde dat de functies van de nieuwe werknemers niet overeenkwamen met de functie van de werknemer. De werkgever had de wederindiensttredingsvoorwaarde dus niet geschonden en de vorderingen van de werknemer werden afgewezen.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Naleven Re-integratieverplichting

Rechtbank Rotterdam 06-09-2016

 

Re-integratieverplichting en overige verplichtingen zijn goed nagekomen door werkgever

 

In deze zaak stonden wij een werkgever bij die de arbeidsovereenkomst van een werknemer rechtsgeldig had opgezegd. De werknemer vorderde vervolgens onder meer een billijke vergoeding. Zij stelde zich op het standpunt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld doordat zij haar re-integratieverplichtingen niet was nagekomen en onvoldoende had gedaan om de psychosociale arbeidsbelasting op het werk te verminderen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever voldoende aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan en dat van haar niet meer kon worden verwacht dan zij reeds had gedaan. De kantonrechter wees alle vorderingen van de werknemer af.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Geen vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Rechtbank Rotterdam 19-10-2016

 

Geen vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door werknemer

 

In deze zaak stonden wij een werknemer bij die werkzaam was in een familiebedrijf.

 

De werknemer had, nadat hem was medegedeeld dat hij het bedrijf van zijn ouders niet mocht overnemen, in een opwelling gezegd dat hij niet langer bij zijn werkgever werkzaam wilde zijn. De werkgever had deze opmerking opgevat als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer was op dit moment reeds ziekgemeld. De werknemer vorderde doorbetaling van het loon en wedertewerkstelling. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer, gezien de omstandigheden van het geval, geen beëindiging van de arbeidsovereenkomst beoogde en wees de doorbetaling van het loon toe. De wedertewerkstelling wees de kantonrechter af, gezien de zeer slechte verhouding tussen partijen. De werknemer kreeg zijn loon doorbetaald gedurende zijn periode van ziekte.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Onbevoegde opzegging gedurende de proeftijd

Rechtbank Rotterdam 27-10-2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:10121)

 

Onbevoegde opzegging gedurende de proeftijd zorgt voor nietige opzegging maatschapsovereenkomst

 

In deze zaak stonden we een arts bij die werkzaam was in een ziekenhuis en als maat was toegetreden tot een bij het ziekenhuis horende artsenmaatschap. De maatschap zegde de maatschapsovereenkomst met de arts op gedurende de proeftijd. De arts vorderde toelating tot zijn gebruikelijke werkzaamheden en doorbetaling van zijn maandelijkse vergoeding. De rechtbank oordeelde dat het besluit om de arbeidsovereenkomst met de arts te beëindigen, genomen was door een onbevoegd orgaan. De opzegging was dus nietig en de proeftijd was inmiddels voorbij. Dat de maatschap had geprobeerd de gebreken te herstellen na verloop van de proeftijd, maakte dit niet anders. De vorderingen van de arts werden toegewezen en hij bleef aan de maatschap verbonden. Vervolgens hebben wij ten behoeve van de arts een schikking getroffen.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Overgang van onderneming door insourcing administratie?

Rechtbank Rotterdam 22-12-2016

 

Overgang van onderneming door insourcing administratie?

 

In deze zaak stonden wij een groep werknemers bij die in dienst waren bij stichting A. Zij waren van mening dat zij door middel van een overgang van onderneming in dienst zouden treden van stichting B op het moment dat B de door stichting A geleverde diensten, namelijk het leveren van een basis-, personeels-, salaris- en financiële administratie, zou gaan insourcen. De kantonrechter oordeelde dat inderdaad sprake was van een overgang van onderneming, omdat de activiteiten (vrijwel) hetzelfde bleven, de software werd overgedragen, deze software verreikt diende te worden met de knowhow van de werknemers, de klantenkring hetzelfde bleef en geen onderbreking van de activiteiten plaatsvond. Hierdoor traden de werknemers van rechtswege in dienst bij stichting B.

 

In hoger beroep oordeelde het hof helaas anders.

 

Voor de hele uitspraak van de rechtbank klik hier en voor de uitspraak van het hof klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Terugkrabbelen na een gemaakte afspraak over aandelenverkoop

Rechtbank Den Haag 28-12-2016

 

Terugkrabbelen na een gemaakte afspraak is niet toegestaan

 

In deze zaak stonden we een particulier bij die samen met een bekende een bedrijf had. Cliënt had zijn compagnon laten weten dat hij zijn aandelen in de gezamenlijke onderneming wilde verkopen. Partijen zijn toen overeengekomen in een e-mailwisseling, dat de compagnon de aandelen van cliënt zou overnemen en voor welk bedrag. Vervolgens wenste de compagnon af te zien van de verkoop daar hij over onvoldoende financiële middelen beschikte. Cliënt vorderde nakoming van de gemaakte afspraken. De rechtbank oordeelde dat tussen partijen een overeenkomst tot koop en levering van aandelen tot stand gekomen was. De voormalig compagnon moest nakomen en de aandelen werden verkocht.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier.

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Bij verstek ontbonden

Beschikking Rechtbank Den Haag 13-08-2015

 

Bij verstek ontbonden

 

In deze zaak stonden wij een werkgever bij die een verzoekschrift had ingediend ter ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer was deugdelijk opgeroepen om te verschijnen ter zitting, maar verscheen niet. Ook had hij niet schriftelijk op het verzoekschrift gereageerd. De rechter wees het verzoek tot ontbinding daarom toe als niet weersproken en op de wet gegrond.

 

Voor de gehele uitspraak: klik hier

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Bedrijfsbeëindiging wegens tegenvallende resultaten

UWV 21-09-2015 Beslissing op ontslagaanvraag

 

Bedrijfsbeëindiging wegens tegenvallende resultaten

 

In deze zaak stonden wij een theater bij dat genoodzaakt was het café dat het theater exploiteerde bij een van de theaterzalen te sluiten. Het theater wenste de arbeidsovereenkomsten met de werknemers die in dit café werkzaam waren te beëindigen, zo ook voor betreffende werknemer, die werkzaam was als assistent bedrijfsleider. Er waren voor het theater geen mogelijkheden om de werknemer te herplaatsen. Het UWV achtte de keuze tot bedrijfsbeëindiging begrijpelijk. Ook waren er geen mogelijkheden tot herplaatsing van de werknemer. Het UWV verleende het theater toestemming voor het ontslag.

 

Voor de hele beslissing op ontslagaanvraag: klik hier

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Ontslag op staande voet na diefstal

Rechtbank Rotterdam 31-08-2015

 

Ontslag op staande voet na diefstal

 

In deze zaak stonden wij een restaurant bij dat te maken had met een werknemer die de dagopbrengst had gestolen.

De werkgever heeft deze werknemer op staande voet ontslagen. De werkgever heeft vervolgens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend voor het geval het gegeven ontslag zou worden vernietigd en vorderde schadevergoeding. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens verwijtbaar handelen, zonder toekenning van een transitievergoeding. De schadevergoeding aan de werkgever werd door de kantonrechter ook toegewezen.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Finale kwijting is finale kwijting,

Rechtbank Limburg 23-12-2015

 

Finale kwijting is finale kwijting, werkgever moet dubbele pensioenpremies betalen

 

In deze zaak stonden we een werknemer bij die werkte in Brazilië.

 

Zijn werkgever moest vanwege het Braziliaanse recht dubbele pensioenpremies afdragen. In de arbeidsovereenkomst was opgenomen dat de werknemer deze premies moest terugbetalen bij het verlaten van Brazilië. Als gevolg van een verstoorde arbeidsverhouding hadden partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin zij elkaar finale kwijting verleenden. Over de dubbele pensioenpremies hadden zij in de vaststellingsovereenkomst niets afgesproken. Later verrekende de werkgever ten onrechte de dubbele pensioenpremies met de beëindigingsvergoeding van de werknemer. De kantonrechter oordeelde dat ook de afspraken omtrent de dubbele pensioenpremies onder de finale kwijting vielen. De werknemer had dus recht op zijn gehele beëindigingsvergoeding en het ingehouden deel moest door de werkgever worden voldaan.

 

Voor de hele uitspraak: klik hier

 

Wilt u ook een zaak bij ons aanbrengen? klik hier

Zaak aanbrengen? Klik hier