Rechtbank Midden-Nederland 24 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3980
Feiten
Werknemer was sinds 12 oktober 2024 in dienst bij Werkgever.
In september 2025 ontstond tussen partijen discussie over een vakantie die Werknemer in oktober wilde opnemen. Werkgever gaf daarvoor geen toestemming, omdat Werknemer onvoldoende vakantie-uren had. Werknemer wilde echter aan haar vakantieplannen vasthouden.
Volgens Werkgever is vervolgens besproken dat Werknemer uit dienst zou gaan, zodat zij alsnog op vakantie kon. Partijen stelden daarop gezamenlijk een schriftelijke opzegging op. Daarin stond onder meer dat Werknemer haar arbeidsovereenkomst opzegde en vanaf 6 oktober 2025 niet meer in dienst zou zijn.
Werknemer vertrok vervolgens op vakantie.
Later stelde Werknemer dat zij haar arbeidsovereenkomst helemaal niet had willen opzeggen. Volgens haar had Werkgever het betreffende document al bij de start van haar dienstverband opgesteld en haar toen laten ondertekenen, waarna de datum van 6 oktober 2025 later zou zijn toegevoegd.
Werkgever betwistte dit. Volgens Werkgever was de opzegging juist het gevolg van de discussie over de vakantie. Ook verwees Werkgever naar WhatsApp-berichten waarin na de vakantie werd gesproken over de door Werknemer ondertekende opzegging.
Werknemer vorderde bij de kantonrechter vervolgens betaling van haar salaris vanaf 17 oktober 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente.
Oordeel
De kantonrechter wees de loonvordering af.
Voor een rechtsgeldige opzegging door een werknemer is vereist dat sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring waaruit blijkt dat de werknemer de arbeidsovereenkomst wil beëindigen. Een werkgever moet daarbij zorgvuldig nagaan of de werknemer daadwerkelijk wil vertrekken.
Volgens de kantonrechter was daarvan in deze zaak sprake.
In de schriftelijke verklaring stond uitdrukkelijk dat Werknemer haar arbeidsovereenkomst opzegde en vanaf 6 oktober 2025 niet meer in dienst zou zijn. Ook werd gesproken over het inleveren van bedrijfseigendommen en het ontvangen van een eindafrekening.
Daarnaast vond de kantonrechter de uitleg van Werkgever over de aanleiding voor de opzegging aannemelijk. Partijen hadden discussie gehad over de gewenste vakantie, terwijl Werknemer onvoldoende vakantie-uren had. Werknemer wilde toch vertrekken, waarna de mogelijkheid om uit dienst te gaan aan de orde kwam.
De stelling van Werknemer dat zij het document al veel eerder blanco of onvolledig zou hebben ondertekend, werd onvoldoende onderbouwd.
Ook de WhatsApp-berichten ondersteunden het verhaal van Werkgever. Daarin werd achteraf verwezen naar de opzegging die Werknemer vóór haar vakantie had ondertekend. Volgens de kantonrechter lag het voor de hand dat Werknemer daarop direct zou hebben gereageerd als zij helemaal niet had opgezegd.
De kantonrechter concludeert daarom dat Werknemer haar arbeidsovereenkomst rechtsgeldig had opgezegd per 6 oktober 2025.
Omdat het dienstverband vanaf die datum was geëindigd, had Werknemer geen recht meer op het door haar gevorderde loon vanaf 17 oktober 2025.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Discussies over vakantie kunnen in de zomerperiode snel oplopen, zeker wanneer een werknemer al een reis heeft geboekt maar onvoldoende vakantiedagen heeft of geen toestemming krijgt voor het verlof.
Deze uitspraak laat vooral zien dat voorzichtigheid nodig is wanneer zo’n discussie uiteindelijk leidt tot een opzegging door de Werknemer. Een Werkgever mag niet snel aannemen dat een werknemer zelf ontslag neemt. Er moet duidelijk en ondubbelzinnig blijken dat de Werknemer daadwerkelijk het dienstverband wil beëindigen.
Leg een opzegging daarom schriftelijk vast en zorg ervoor dat uit de verklaring duidelijk blijkt per welke datum de Werknemer uit dienst wil en dat hij of zij zich bewust is van de gevolgen.
In deze zaak was de schriftelijke verklaring voldoende duidelijk. Daarbij hielp dat ook de omstandigheden rondom de opzegging en de latere WhatsApp-berichten aansloten bij de lezing van Werkgever.
Een Werknemer die geen toestemming krijgt voor vakantie, kan uiteraard niet worden gedwongen om daarom ontslag te nemen. Kiest een Werknemer echter zelf, duidelijk en weloverwogen, voor beëindiging van het dienstverband om toch te kunnen vertrekken, dan kan hij of zij daar later niet zonder meer op terugkomen.
Heeft u vragen over vakantieaanvragen, onvoldoende vakantiedagen, een opzegging door een werknemer of de beëindiging van een arbeidsovereenkomst? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten.