Met vuurwerk spelende werknemer heeft recht op loon

vuurwerk

Met vuurwerk spelende werknemer heeft recht op loon

De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde in januari dat een werknemer die in zijn vrije tijd door het maken van vuurwerk zwaar letsel aan zijn pols en hand had opgelopen, niet met opzet handelde. De werknemer heeft recht op loon.

Feiten
De werknemer werkt al meer dan twintig jaar als Pannenlegger bij de werkgever. Op 8 november 2020 heeft de werknemer in zijn schuur geprobeerd om buskruit te maken. Dit had de werknemer al eerder gedaan. Tijdens het mengen van de stoffen vond een ontploffing plaats, waardoor de werknemer zwaar letsel aan zijn pols en hand heeft opgelopen. De werknemer was hierdoor volledig arbeidsongeschikt en heeft zich ziekgemeld.

Per 29 december 2020 heeft de werkgever de loondoorbetaling aan de werknemer stopgezet. De werknemer verzocht de kantonrechter de werkgever te veroordelen tot doorbetaling van zijn loon.

Oordeel
Een zieke werknemer heeft op grond van de wet geen recht op loon indien de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt. De kantonrechter overwoog dat de zinsnede ”indien de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt” zo moet worden begrepen dat het niet gaat om een strafrechtelijke vorm van opzet. De werknemer gaf aan dat hij vuurwerk wilde maken. Niet is aannemelijk geworden dat de werknemer hierbij de opzet heeft gehad om zijn hand te verwonden. Er is daarom geen sprake van opzet en de werknemer heeft recht op loon.

Daarnaast was niet aan het zogenaamde onverwijldheidscriterium voldaan. Zodra bij de werkgever het vermoeden rijst dat er een grond is om het loon geheel of gedeeltelijk niet te betalen, moet hij de werknemer daarover onmiddellijk informeren. Doet de werkgever dat niet, dan mag de werkgever de loonbetaling niet (gedeeltelijk) stoppen. Naar het oordeel van de kantonrechter was 29 december 2020 te laat, aangezien de werkgever het bedoelde vermoeden redelijkerwijs al op 20 november 2020 had moeten hebben.

Wel heeft de kantonrechter in dit kort geding geoordeeld dat de werkgever maar 70% van het loon hoeft te betalen, terwijl de werknemer op grond van de CAO bij ziekte recht heeft op 100% van zijn loon. Volgens de kantonrechter was niet uit te sluiten dat in een mogelijke bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de werkgever het volledige loon moet betalen.

Voor de gehele uitspraak klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl