Schorsing non-concurrentiebeding

elektromonteur

Schorsing non-concurrentiebeding

Recent oordeelde de kantonrechter in Rotterdam dat een monteur die in zijn arbeidsovereenkomst een non-concurrentiebeding had, niet aan dit beding werd gehouden. Het beding werd geschorst door de kantonrechter.

Het non-concurrentiebeding bepaalde dat de werknemer gedurende een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst niet binnen een straal van 25 kilometer bij een concurrerende onderneming mocht werken. Aan het beding was een boeteclausule gekoppeld van EUR 5.000,– per overtreding en EUR 400,– per dag.

De werknemer zegde de arbeidsovereenkomst op en trad een halve maand daarna in dienst bij een concurrent van zijn voormalig werkgever.

De voormalig werkgever vorderde in kort geding bij de kantonrechter nakoming van de arbeidsovereenkomst en het non-concurrentiebeding.

De kantonrechter was van mening dat vaststond dat de werknemer het non-concurrentiebeding overtrad. Vraag was echter of de werknemer onbillijk werd benadeeld door het beding en de werking van het non-concurrentiebeding om die reden (gedeeltelijk) kon worden geschorst.

De kantonrechter overwoog dat de werknemer in het verleden al bij de nieuwe werkgever werkzaam was geweest als eerste monteur en daar afscheid had moeten nemen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Vervolgens was de werknemer bij de voormalig werkgever aan de slag gegaan onder leiding van een eerste monteur en dus in een lagere functie.

Door de huidige overstap naar de concurrent zou de werknemer een loonsverbetering krijgen en weer als eerste monteur werkzaam zijn. Ook speelde mee dat de werknemer al vijftien jaar een relatie had met de dochter van de directeur van de concurrent.

Aan de andere kant had de voormalig werkgever er belang bij dat de werknemer aan zijn non-concurrentiebeding werd gehouden. Dit, omdat er een groot tekort aan technisch geschoold personeel is en bedrijven proberen elkaars werknemers weg te kapen. Daarbij streden de concurrerende ondernemingen om dezelfde projecten in de regio Rotterdam. De voormalig werkgever wilde de indruk vermijden bij zijn werknemers, dat zij gemakkelijk kunnen overstappen naar een concurrent als ze daar meer kunnen verdienen, ondanks hun non-concurrentiebeding.

De kantonrechter was van mening dat het belang van de voormalig werkgever niet opwoog tegen het belang van de werknemer. Hierbij overwoog de kantonrechter dat de werknemer op geen enkele wijze concurrentiegevoelige informatie had. Hij had geen kennis van prijsstellingen en had ook geen persoonlijk contact met klanten van de voormalig werkgever. Bovendien vond de kantonrechter de werkzaamheden van de voormalig en de nieuwe werkgever toch nog verschillend van aard. Het non-concurrentiebeding werd geheel geschorst en de door de werkgever gevorderde boete werd afgewezen.

Uitspraken over non-concurrentiebedingen blijven wisselvallig en casuïstisch.

Voor de gehele uitspraak klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

 

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl