Werknemer op staande voet ontslagen wegens mishandeling collega buiten werktijd

mohamed hassan business 7259530 1920

Werknemer op staande voet ontslagen wegens mishandeling collega buiten werktijd

Rechtbank Gelderland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2432

Feiten

Werknemer is sinds 13 september 2021 in dienst bij werkgever. In de nacht van 20 op 21 september 2025 heeft werknemer een collega opgehaald en is hij met haar gaan rijden in een bedrijfsauto. In de auto heeft seksueel contact met wederzijdse instemming plaatsgevonden. Daarna ontstond een woordenwisseling die ontaardde in een vechtpartij, waarbij werknemer zijn collega met de vlakke hand in het gezicht heeft geslagen. Vervolgens heeft hij haar, terwijl zij nog niet volledig gekleed was, uit de auto gezet, waarna hij weg is gereden.

Nadat twee collega’s hiervan op de hoogte raakten, werd het incident op 26 september 2025 gemeld bij de werkgever. Na gesprekken met de betrokken collega, een getuige en werknemer zelf, zijn zowel werknemer als zijn collega op 2 oktober 2025 op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag en doorbetaling van het loon.

 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Ondanks het feit dat de gedragingen buiten werktijd plaats hebben genomen, kan dergelijk gedrag toch een dringende reden opleveren. De gedragingen moeten dan wel een duidelijk negatieve invloed hebben op het functioneren van werknemer, de goede naam van het bedrijf of de verhoudingen op de werkvloer. Daarvan was hier sprake. Het geweldsincident heeft namelijk geleid tot onrust op de werkvloer. Daarnaast heeft het incident ook negatieve invloed gehad op de goede naam van werkgever.

De klap wordt aangemerkt als mishandeling van een collega, hetgeen expliciet als dringende reden wordt genoemd in artikel 7:678 lid 2 aanhef en onder e BW. Dat sprake was van een wederzijdse escalatie doet daar niet aan af. Ook het beroep op noodweer(exces) slaagt niet, omdat werknemer zichzelf in de situatie heeft gebracht en het geweld niet kan worden gerechtvaardigd.

Daarnaast is voldaan aan het vereiste van onverwijldheid. Werkgever heeft eerst zorgvuldig onderzoek gedaan door meerdere betrokkenen te horen. Gezien de ernst van het ontslag op staande voet (als ultimum remedium) mocht werkgever deze onderzoekshandelingen doen voordat tot ontslag werd overgegaan.

Het verzoek van werknemer wordt afgewezen. Hij heeft geen recht op loon of vergoedingen en wordt bovendien veroordeeld tot betaling aan werkgever van een gefixeerde schadevergoeding van twee maandsalarissen.

 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Deze uitspraak bevestigt dat ook gedragingen buiten werktijd een dringende reden voor ontslag op staande voet kunnen opleveren, mits er een duidelijke link is met de werksituatie.

Voor werkgevers is met name van belang dat er zwaar gewicht wordt toegekend aan fysiek geweld tussen collega’s. Ook incidenten in de privésfeer kunnen gevolgen hebben voor de arbeidsrelatie. Daarnaast is een zorgvuldig maar voortvarend onderzoek essentieel voor het voldoen aan de onverwijldheidseis. Bovendien is het handhaven van een duidelijke norm, bijvoorbeeld via gedragscodes, belangrijk voor een veilige werkomgeving.

Deze uitspraak laat ook zien dat van werkgever mag worden verwacht dat zij duidelijk en consequent optreedt tegen fysiek geweld op de werkvloer of in een werkgerelateerde context. Wanneer een te lichte sanctie wordt opgelegd, kan dit de indruk wekken dat dergelijk gedrag binnen de organisatie wordt gedoogd. Juist daarom wordt van werkgevers verlangd dat zij dit soort incidenten serieus nemen en een heldere norm stellen richting werknemers.

Heeft u vragen over ontslag op staande voet of integriteitskwesties op de werkvloer? Bel één van onze arbeidsrechtadvocaten.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl