Arbeidsovereenkomst of oproepovereenkomst: hoofdelijke aansprakelijkheid vennoten

pen

Arbeidsovereenkomst of oproepovereenkomst: hoofdelijke aansprakelijkheid vennoten

In deze zaak speelde de vraag of de leidinggevende die de arbeidsovereenkomst had ondertekend, wel tekeningsbevoegd was. De vennoten van de VOF waren van mening dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, en hieven de VOF op. De werknemer stelde beide vennoten hoofdelijk aansprakelijk wegens niet nakoming.

De werknemer werkte al jaren als oproepkracht voor de VOF. Op zeker moment trad de werknemer in dienst bij de VOF op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en werden salarisbetalingen gedaan door de VOF. Na een jaar meldde de werknemer zich ziek, waarna de VOF de salarisbetalingen na een maand staakte.

De werknemer vorderde een verklaring voor recht dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en betaling van achterstallig loon.

De vennoten stelden zich op het standpunt dat ze niet aanwezig waren bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst en dat de leidinggevende van de werknemer die de arbeidsovereenkomst had getekend, niet vertegenwoordigingsbevoegd was. De vennoten stelden zich op het standpunt dat de eerdere oproepovereenkomst nog in stand was. Het aangaan van de arbeidsovereenkomst zou slechts verband houden met de aanvraag van een verblijfsvergunning voor de echtgenote van werknemer. De kantonrechter stelde de werknemer in het gelijk en de vennoten gingen in hoger beroep. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Gebleken was dat de leidinggevende die de arbeidsovereenkomst had getekend, feitelijk leiding had over de onderneming. De werknemer mocht dan ook redelijkerwijs aannemen dat de leidinggevende bevoegd was om namens de VOF de arbeidsovereenkomst te ondertekenen. Bovendien was één van de vennoten aanwezig geweest bij het arbeidsvoorwaardengesprek van de werknemer, kort voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst. Het standpunt dat de arbeidsovereenkomst enkel tot doel had een verblijfsvergunning voor de echtgenote van de werknemer aan te vragen, wordt verworpen door het hof. Indien dit al zo was, betekent dit niet dat de arbeidsovereenkomst daardoor inhoudsloos is. De vennoten stonden beiden ingeschreven bij het handelsregister als vennoot en daardoor zijn ze beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen van de VOF. De loonvordering werd toegewezen. Voor de gehele uitspraak klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl