23 feb Bedreigingen op de werkvloer: ontslag op staande voet houdt geen stand
De kantonrechter heeft geoordeeld over een ontslag op staande voet van een werknemer die zijn leidinggevende zou hebben bedreigd. Hoewel de werkgever stelde dat sprake was van doodsbedreigingen, oordeelde de kantonrechter dat het ontslag geen stand hield. Doorslaggevend daarbij was dat de werkgever onvoldoende rekening had gehouden met de bekende ernstige psychische problematiek van de werknemer.
Feiten
Werknemer was sinds 2 september 2020 werkzaam bij Werkgever, aanvankelijk via een uitzendbureau en later rechtstreeks in dienst voor onbepaalde tijd in de functie van Bedieningsman.
Werknemer kampte met ernstige psychische problemen en was begin 2025 wegens een psychose arbeidsongeschikt geraakt. De werkgever was hiervan op de hoogte en had in een eerder gespreksverslag vastgelegd dat er twijfels bestonden over het voortzetten van het dienstverband, mede vanwege de vrees voor een terugval. In mei 2025 meldde Werknemer zich hersteld. Kort daarna gaf hij aan dat hij werd gepest door collega’s en dat hij was gestopt met het innemen van zijn medicatie.
Op 15 juli 2025 vond een incident plaats waarbij Werknemer volgens Werkgever zijn leidinggevende ernstig verbaal zou hebben bedreigd. Diezelfde dag volgde ontslag op staande voet. Werknemer ontkende de uitlatingen en stelde dat zijn gedrag mede werd veroorzaakt door zijn psychische toestand.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelde voorop dat het aan Werkgever is om een dringende reden te bewijzen. Hoewel niet werd uitgesloten dat de uitlatingen waren gedaan zoals door Werkgever gesteld, oordeelde de kantonrechter dat het ontslag op staande voet alsnog niet rechtsgeldig was.
Een ontslag op staande voet is het zwaarste middel in het arbeidsrecht en mag alleen als uiterste maatregel worden toegepast. Bij de beoordeling daarvan moet niet alleen worden gekeken naar de ernst van het gedrag, maar ook naar de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. In deze zaak woog zwaar mee dat Werkgever wist van de psychische problematiek van Werknemer, zijn eerdere psychose en het feit dat hij kort vóór het incident had gemeld dat hij was gestopt met zijn medicatie.
De kantonrechter achtte het aannemelijk dat deze omstandigheden het gedrag van Werknemer hebben beïnvloed. Door hiermee geen rekening te houden en direct tot ontslag op staande voet over te gaan, heeft Werkgever onzorgvuldig gehandeld. Het ontslag werd daarom vernietigd.
Gevolgen
Omdat het ontslag op staande voet werd vernietigd, liep de arbeidsovereenkomst door. Werkgever werd veroordeeld tot loondoorbetaling vanaf de datum van het ontslag, vermeerderd met vakantietoeslag, wettelijke verhoging en wettelijke rente.
Het verzoek van Werknemer om een rectificatie aan collega’s werd afgewezen. Volgens de kantonrechter zou een rectificatie juist onnodige ruchtbaarheid geven en de terugkeer van Werknemer op de werkvloer bemoeilijken.
Conclusie
Deze uitspraak laat zien dat zelfs bij zeer ernstig gedrag, zoals (vermeende) bedreigingen, een ontslag op staande voet niet automatisch gerechtvaardigd is. Werkgevers moeten bij hun besluitvorming altijd de persoonlijke omstandigheden van de werknemer betrekken, zeker wanneer sprake is van bekende psychische problematiek. Het nalaten daarvan kan ertoe leiden dat het ontslag geen stand houdt.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Voor werkgevers benadrukt deze zaak het belang van zorgvuldigheid bij disciplinaire maatregelen. Wanneer bekend is dat een werknemer kampt met psychische problemen, moet expliciet worden beoordeeld welke rol deze omstandigheden spelen bij het incident en of minder vergaande maatregelen mogelijk zijn.
Heeft u vragen over ontslag op staande voet of over hoe om te gaan met werknemers met psychische problematiek? Neem gerust contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten.
Klik hier voor de volledige uitspraak.