30 mrt Proeftijdontslag vóór aanvang van de eerste werkdag
Rechtbank Limburg 12 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1410
Feiten
Op 21 oktober 2025 sloten Werkgever en Werknemer een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden, met een proeftijd van één maand. Per 1 november 2025 zou Werknemer in dienst treden bij Werkgever, een casino gevestigd in Limburg.
Vlak na de ondertekening van de arbeidsovereenkomst verzocht Werknemer om een voorschot van EUR 1.000,– bruto op het nog te ontvangen loon.
Werkgever nam telefonisch contact op met Werknemer en deelde mee dat het gevraagde voorschot niet werd verleend. Tegelijkertijd deed Werkgever een beroep op het proeftijdbeding, waarmee de arbeidsovereenkomst nog vóór de eerste werkdag van Werknemer eindigde. Enkele dagen later werd deze beslissing schriftelijk aan Werknemer bevestigd.
Werknemer was het hier niet mee eens en verzocht dan ook de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Volgens Werknemer was de opzegging niet rechtsgeldig, omdat de arbeidsovereenkomst nog niet was aangevangen en een beroep op het proeftijdbeding daarom niet mogelijk was. Daarnaast voerde Werknemer aan dat Werkgever in strijd heeft gehandeld met goed werkgeverschap.
Oordeel
Op grond van artikel 7:676 lid 1 BW kunnen zowel een werkgever als een werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang opzeggen, zolang de tijd nog niet is verstreken. Het schuingedrukte zinsgedeelte is door de wetgever opgenomen in het wetsartikel om te verduidelijken dat opzegging ook mogelijk is ten aanzien van een arbeidsovereenkomst die nog niet daadwerkelijk is aangevangen.
Werknemer heeft geen reële kans gekregen om te laten zien of zij geschikt is voor de bedongen arbeid. Dit maakt echter niet uit, nu Werkgever voor een opzegging tijdens of voorafgaand aan de proeftijd geen redelijke grond hoeft te hebben. Het proeftijdontslag is dus rechtsgeldig gegeven.
Werkgever heeft bij het doornemen van de arbeidsovereenkomst benadrukt dat van werknemers wordt verwacht dat zij melding maken van eventuele financiële problemen, mede ter voorkoming van situaties waarin werknemers in de verleiding komen geld weg te nemen.
Toen Werknemer kort na ondertekening al om een voorschot verzocht, leidde dit bij Werkgever tot de veronderstelling dat sprake was van financiële problemen bij Werknemer. Gelet op de aard van de werkzaamheden, waarbij binnen het casino van Werkgever veel contant geld rondgaat en zich met enige regelmaat incidenten voordoen waarbij geld wordt ontvreemd, vond Werkgever het risico te groot om de arbeidsovereenkomst met Werknemer in stand te laten. Werkgever heeft niet in strijd met het goed werkgeverschap gehandeld.
Het proeftijdontslag houdt dan ook stand.
Wat betekent dit voor de werkgever?
Zowel werkgevers als werknemers kunnen de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang opzeggen, zolang die tijd niet is verstreken. Dit geldt ook indien de arbeidsovereenkomst nog niet is aangevangen, oftewel als er nog geen enkele dag is gewerkt.
Wel moet een werkgever erop bedacht zijn dat een proeftijdontslag niet in strijd mag zijn met het goed werkgeverschap. Zo volgt onder meer uit de rechtspraak dat een proeftijdontslag niet gebaseerd mag zijn op een verboden onderscheid, zoals discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Ook is opzegging wegens financiële redenen moeilijk te verenigen met goed werkgeverschap, bijvoorbeeld wanneer de werkgever al vóór het sluiten van de arbeidsovereenkomst wist dat het financieel niet goed ging met de onderneming.
Heeft u vragen over proeftijdontslag? Neem dan gerust contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten.
Klik hier voor de volledige uitspraak.