Niet voldaan aan aanzegverplichting, toch geen vergoeding verschuldigd

whatsapp en email

Niet voldaan aan aanzegverplichting, toch geen vergoeding verschuldigd

Op grond van artikel 7:668 moet een werkgever uiterlijk een maand voordat een contract voor bepaalde tijd eindigt, schriftelijk aan de werknemer laten weten of en onder welke voorwaarden hij de arbeidsovereenkomst voortzet. Deze verplichting geldt niet voor een arbeidsovereenkomst van korter dan zes maanden. Als de werkgever deze aanzegging niet of te laat doet, is de werkgever een vergoeding verschuldigd ter hoogte van een maandsalaris, c.q. het aantal dagen dat de aanzegging te laat is gedaan. Tot nu toe werd de aanzegverplichting streng gehandhaafd door de rechterlijke macht. Was niet aan de aanzegverplichting voldaan door de werkgever, dan moest de aanzegvergoeding betaald worden, hoewel de werknemer in sommige gevallen duidelijk wist of had moeten weten dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet door de werkgever.

In januari 2018 werd tot twee maal toe door verschillende kantonrechters (Almelo en Zwolle) geoordeeld dat er geen aanzegvergoeding verschuldigd was, hoewel niet aan de wettelijke aanzegverplichting was voldaan.

In de eerste zaak (kantonrechter Zwolle) had de werkgever tijdig per brief aan de werknemer laten weten dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. De werknemer stelde echter de brief nooit te hebben ontvangen. Op de werkgever rustte de bewijsplicht om aan te tonen dat de brief toch was verzonden. De werkgever kon aan deze bewijsplicht niet voldoen, daar de brief niet aangetekend aan de werknemer was verzonden. Toch was de werkgever geen aanzegvergoeding verschuldigd, omdat de werknemer duidelijk al weken daarvoor de keuze was gegeven om zelf op staande voet ontslag te nemen, de arbeidsovereenkomst zelf op te zeggen of de arbeidsovereenkomst nog uit te dienen. De werknemer koos na een paar dagen bedenktijd voor het uitdienen van het contract.

Het was de werknemer dus zeer zeker bekend dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. Daarmee achtte de kantonrechter het in het kader van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als de werkgever enkel vanwege het ontbreken van een schriftelijke mededeling, toch de aanzegvergoeding moest betalen.

De kantonrechter Almelo oordeelde in diezelfde zin. Bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar, kwam de relatie tussen de werkgever en de werknemer na vier maanden onder druk te staan. De werknemer meldde zich ziek. Vanaf toen hebben partijen zonder succes onderhandeld over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer bleef ziek. De werkgever liet pas daags voor afloop van het jaarcontract schriftelijk weten dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer na vijf maanden al zeker wist dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. De werkgever had immers na vijf maanden al laten weten dat de werknemer niet meer op het werk hoefde te komen en dat het salaris tot het einde van het contract zou worden doorbetaald. De kantonrechter achtte het beroep van de werknemer op de aanzegvergoeding onaanvaardbaar in het kader van de redelijkheid en billijkheid.

Advies

Om een procedure en daarmee onnodige (proces)kosten te voorkomen, is het verstandig om de aanzegverplichting aangetekend per brief, maar tevens per e-mail en WhatsApp aan de werknemer te zenden, zodat bij het niet afhalen van het aangetekende stuk, toch middels de blauwe vinkjes bij de WhatsApp dan wel middels de leesbevestiging per e-mail kan worden aangetoond dat de aanzegging de werknemer heeft bereikt.

Voor de hele uitspraak van de kantonrechter Almelo: klik hier.

Voor de hele uitspraak van de kantonrechter Zwolle: klik hier.

Wilt u meer weten neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

 

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl