Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

In veel arbeidsovereenkomsten staat een concurrentiebeding opgenomen, maar dit is niet altijd geldig. Voor een geldig concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gelden een aantal vereisten. Het beding moet schriftelijk zijn overeengekomen met een meerderjarige werknemer en in het beding moet zijn opgenomen dat het noodzakelijk is vanwege zwaarwegend bedrijfsbelangen. Deze motivering moet zo specifiek mogelijk zijn. Als in het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet staat dat de werkgever zwaarwegende belangen heeft bij het overeenkomen van dat beding, dan is het concurrentiebeding niet geldig

Een standaardbepaling voor een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, volstaat niet. Van de werkgever wordt verlangd dat hij motiveert waarom in het specifieke geval het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen. Dit kan voor elke werknemer anders zijn en zal elke keer specifiek moeten worden gemotiveerd. Het uitgangspunt is dat een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet geldig is, tenzij de motivering van de noodzaak van het beding daarin is opgenomen. Dit vereiste is ingevoerd vanuit het oogpunt dat werknemers met een tijdelijk contract die aan een concurrentiebeding zijn gebonden een dubbel nadeel hebben, te weten: ze worden belemmerd om elders te gaan werken terwijl het gezien de tijdelijkheid van de arbeidsovereenkomst juist noodzakelijk is dat ze elders kunnen werken (zie: Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 16). De motivering van de noodzaak van een concurrentiebeding kan zijn gelegen in hele specifieke kennis of bedrijfsinformatie die de werknemer op zal doen, waarbij de werkgever onevenredig wordt benadeeld als de werknemer overstapt naar een concurrent (zie: Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p.91).

Dat de motivering niet altijd voldoet, blijkt uit de rechtspraak. In een uitspraak van het Hof Den Bosch van 7 mei 2019 werd bepaald dat de tekst van het concurrentiebeding moest worden toegespitst op de functie of de persoon met wie de arbeidsovereenkomst wordt gesloten. In deze zaak verklaarde de werkgeefster dat zij de tekst van het concurrentiebeding in alle commerciële functies binnen haar bedrijf gebruikte. De tekst werd dus niet toegespitst op een specifieke functie of persoon. Volgens het hof strookte dat niet met de door de wetgever gewenste specifieke afweging en motivering per geval, waardoor niet was voldaan aan de motiveringsplicht.

In een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, werd geoordeeld dat de motiveringsplicht ook een inhoudelijke beoordeling vergde, in die zin dat moest worden beoordeeld of het beding noodzakelijk was wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Het feit dat een werknemer grote en specifieke kennis opdeed over de commerciële zaken zoals de prijzen, was een omstandigheid die voor alle werkgevers geldt. Ook de werkgever had profijt van de kennis en ervaring die de werknemer in zijn eerdere functies heeft opgedaan. De werkgever had dus duidelijk en concreet moeten vermelden welke specifieke kennis, die hij nog niet had voordat hij bij werkgever in dienst kwam, de werknemer zou op doen. Nu dit niet was gebeurd, was er niet voldaan aan de verzwaarde motiveringsplicht.

Het is dus noodzakelijk om een voldoende concreet en specifiek concurrentiebeding op te stellen, waaruit blijkt welke door de werknemer te verwerven bedrijfsinformatie, kennis en kunde het betreft, waarmee deze werknemer de werkgever daadwerkelijk in gevaar brengt. Een voorbeeld van een geldig concurrentiebeding is:

“Werknemer verkrijgt in de uitoefening van zijn functie toegang tot alle essentiële bedrijfsgegevens, waaronder die met betrekking tot door werkgever gevoerde prijstactieken en prijsstellingen, volumes en andere strategische kennis en/of heeft contact met klanten en verkrijgt inzicht in de met klanten af te sluiten overeenkomsten, de daaraan ten grondslag liggende prijs-tactieken en prijsstellingen, volumes en andere strategische kennis. Tevens heeft werknemer dientengevolge inzicht in de werkwijze van werkgever. Deze informatie kan worden gekwalificeerd als essentiële bedrijfsinformatie en concurrentiegevoelig, reden waarom werkgever deze, als zijnde een zwaarwegend bedrijfsbelang, dan ook wenst te beschermen. In verband hiermee is het werknemer verboden om gedurende de arbeidsovereenkomst en gedurende 1 jaar na beëindiging hiervan in dienst te treden bij dan wel op enige wijze betrokken te zijn bij, de directe concurrenten van werkgever, zijnde PostNL, DHL, TNT, DPD, UPS, FedEx en Sandd”.

Hier had de werkgever het concurrentiebeding en haar bedrijfsbelang voldoende concreet omschreven en voldoende inzichtelijk gemaakt, aldus Rechtbank Midden-Nederland.

Heeft u vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl