Inlener aansprakelijk voor knieletsel

schroot

Inlener aansprakelijk voor knieletsel

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de inlener aansprakelijk is voor de schade die de werknemer heeft geleden als gevolg van een arbeidsongeval. De inlener heeft niet voldaan aan de op haar rustende zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW.

Feiten
De werknemer is per 27 mei 2019 in dienst getreden als monteur. De werknemer is vervolgens ter beschikking gesteld aan een inlener, een exploitant van een metaalrecycling bedrijf. Een deel van de werkzaamheden bestaat uit het beladen van zeeschepen met metaalschroot met behulp van een kadekraan. Het metaalschroot wordt regelmatig platgemaakt om meer ruimte te creëren. Deze werkzaamheden worden verricht door rijders. De werknemer werkt voor de inlener als rijder. Er heeft een arbeidsongeval plaatsgevonden tijdens het verrichten van de werkzaamheden. Een stuk schroot is weggeschoten en tegen de knie van de werknemer aangekomen, met letsel tot gevolg. De werknemer heeft de inlener aansprakelijk gesteld voor zijn letsel op grond van artikel 7:658 BW. De inlener stelde dat zij de zorgplicht niet heeft geschonden, nu zij aan de werknemer alle instructies heeft gegeven om veilig te kunnen werken.

Oordeel
De kantonrechter merkt op dat de mate waarin maatregelen van de werkgever mogen worden verlangd, afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de werkzaamheden, de kans dat zich een ongeval zal voordoen, de ernst die de gevolgen van een ongeval kunnen hebben en de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen. In artikel 7:658 lid 4 BW staat dat de inlener (naast de werkgever) aansprakelijk kan zijn voor de door de werknemer geleden schade.

Vaststond dat de werknemer een arbeidsongeval is overkomen tijdens zijn werk en hij heeft
daardoor schade geleden. De inlener stelde niet aansprakelijk te zijn voor het letsel. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van enige schade (letsel aan de knie) als gevolg van het ongeval.

De inlener moest bewijzen dat zij aan haar wettelijke zorgplicht had voldaan. Vaststond dat een defecte bulldozer moest worden vervangen met behulp van een scheepskraan. Voordat de bulldozer kon worden getakeld, diende deze door iemand aan de kraan te worden vastgemaakt. Daarnaast diende een plateau van kleine metaalonderdeeltjes te worden gemaakt om de bulldozer op te plaatsen. Nauwe samenwerking tussen de kraanmachinist en de chauffeur van de bulldozer is hierbij essentieel, zeker nu het vervangen van een defecte bulldozer een verhoogd veiligheidsrisico voor de chauffeur van de bulldozer zal opleveren. Het is voor de chauffeur van de bulldozer veiliger om in de cabine van de bulldozer te blijven. Dit is onmogelijk tijdens het vervangen van een bulldozer. De defecte bulldozer moest namelijk aan de kraan worden vastgemaakt en de chauffeur moest tijdens de takeling, in het ruim blijven. De chauffeur moest vervolgens met alle risico’s van dien over het schroot lopen om het ruim te kunnen verlaten. De kantonrechter oordeelde dat in zo’n situatie waarbij de werkzaamheden grote risico’s met zich brengen, de inlener zorg dient te dragen voor een helder protocol en bijbehorende veiligheidsinstructies. Nu de inlener geen specifieke maatregelen heeft genomen en geen instructies heeft gegeven, heeft de inlener niet voldaan aan de op haar rustende zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW. Ook is niet gebleken van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer. De kantonrechter oordeelde dat de inlener aansprakelijk is voor de schade die de werknemer door het arbeidsongeval heeft geleden.

Voor de gehele uitspraak, klik hier.

Vragen over het bovenstaande?

Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

Karlijn Kapel
kapel@sorensenadvocaten.nl