27 feb Slapende dienstverbanden en vakantiedagen per 1 juli 2026: is een wetswijziging vereist?
De rechtspraak over de opbouw van vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband is volop in beweging. Recente uitspraken van verschillende rechtbanken laten een verdeeld beeld zien. Tegelijkertijd staat per 1 juli 2026 een belangrijke wijziging in de compensatieregeling voor de transitievergoeding op ons te wachten. In dit artikel zetten we uiteen wat dit concreet voor werkgevers in de praktijk betekent.
Tegenstrijdige rechtspraak
Deze maand oordeelde de rechtbank Rotterdam dat werknemers met een slapend dienstverband die een WIA-uitkering of WW-uitkering ontvangen, recht hebben op vakantiedagen met behoud van een uitkering. Wanneer zij in dezelfde periode ook nog vakantiedagen bij de werkgever opbouwen bij wie zij een slapend dienstverband hebben, zou dat volgens de kantonrechter neerkomen op een dubbele aanspraak.
Eerder kwam de rechtbank Noord-Nederland ook tot het oordeel dat tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen worden opgebouwd. Daar staat tegenover dat de rechtbank Gelderland in augustus 2025 juist oordeelde dat een werknemer óók tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen blijft opbouwen. Diezelfde rechtbank oordeelde in juni 2025 in een andere zaak dat een werknemer tijdens een slapend dienstverband geen recht meer op loon had en dus ook niet op vakantiedagen. Daarbij werd wel expliciet opgemerkt dat de Nederlandse wet in strijd is met het Europese recht. Volgens de rechtbank ligt hier een taak voor de wetgever.
De conclusie is duidelijk: de oordelen van de nationale kantonrechters liggen niet op één lijn.
Koppeling aan loon of niet?
Centraal staat de vraag of het recht op vakantieopbouw beperkt is tot de periode waarin de werkgever loon moet doorbetalen tijdens ziekte zoals neergelegd in artikel 7:629 BW, of dat dit recht zich uitstrekt over de gehele periode van arbeidsongeschiktheid, inclusief de fase waarin het dienstverband slapend wordt voortgezet.
Artikel 7:634 lid 1 BW koppelt de opbouw van vakantiedagen aan het recht op loon. Concreet betekent dit dat na afloop van de loondoorbetalingsverplichting geen vakantiedagen meer worden opgebouwd.
Europese regelgeving
Deze strikte uitleg staat echter onder druk door Europese regelgeving. Artikel 7 lid 1 van Richtlijn 2003/88/EG bepaalt dat iedere werknemer recht heeft op een minimumaantal betaalde vakantiedagen. Artikel 7:634 lid 1 BW is strijdig met de Richtlijn en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Het hof heeft immers geoordeeld dat lidstaten geen voorwaarden mogen stellen die de minimumvakantie beperken, zoals neergelegd in artikel 7 van de Richtlijn. Concreet betekent dit dat lidstaten, waaronder Nederland, de opbouw van vakantiedagen niet mogen koppelen aan loonaanspraak.
Wijziging compensatie transitievergoeding per 1 juli 2026
Naast deze discussie speelt een belangrijke wetswijziging. Per 1 juli 2026 zal de compensatie van de transitievergoeding na twee jaar ziekte voor grote werkgevers hoogstwaarschijnlijk worden beëindigd. Alleen kleine werkgevers met minder dan 25 werknemers kunnen vanaf die datum een compensatie voor de transitievergoeding die is betaald aan een langdurig zieke werknemer aanvragen bij het UWV. Ondanks dat het wetsvoorstel nog in behandeling is bij de Tweede Kamer, is de verwachting dat deze beperking zal worden ingevoerd.
In de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel wordt in dit kader bevestigd dat het beperken van de wettelijke compensatiemogelijkheid mogelijk invloed zal hebben op de werking of reikwijdte van deze in de rechtspraak ontwikkelde Xella- norm.
Wat betekent dit voor werkgevers?
De Xella-rechtspraak verplicht werkgevers om onder omstandigheden mee te werken aan beëindiging van een slapend dienstverband, onder toekenning van de transitievergoeding. Deze rechtspraak is nauw verbonden met de eerder genoemde compensatieregeling. Zodra de compensatie voor grote werkgevers komt te vervallen, zal de financiële prikkel naar verwachting verschuiven naar het in stand houden van het dienstverband, zeker nu over de slapende periode van het dienstverband toch géén vakantiedagen worden opgebouwd. Het is de vraag of werkgevers vanuit de Xella-ratio dan nog wel gehouden zijn mee te werken aan een beëindigingsverzoek onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding.
De verwachting is dan ook dat met de beperking van de compensatieregeling, de slapende dienstverbanden zullen terugkeren, totdat over de verschuldigdheid van de transitievergoeding na 104 weken ziekte opnieuw duidelijkheid wordt gecreëerd in de politiek en/of rechtspraak.
Bent u werkgever en heeft u een werknemer in dienst die voor 1 juli 2026 het einde van de wachttijd bereikt? Wacht dan niet te lang met het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, zodat u nog in aanmerking komt voor compensatie van de verschuldigde transitievergoeding. Bent u werknemer en bereikt u na 1 juli 2026 het einde van de wachttijd? Anticipeer dan op het risico op een slapend dienstverband.
Heeft u vragen over een werknemer die bijna twee jaar ziek is, over slapende dienstverbanden of over (wijziging van) de compensatieregeling transitievergoeding? Onze arbeidsrechtadvocaten staan voor u klaar.