29 jun Wet toekomst pensioenen: waar moeten werkgevers op letten bij uitdiensttreding en pensioencompensatie?
Nederland bevindt zich midden in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De Wet toekomst pensioenen is inmiddels al in werking getreden, maar pensioenfondsen, verzekeraars en pensioeninstellingen stappen niet allemaal op hetzelfde moment over naar de nieuwe pensioenregeling. Uiterlijk per 1 januari 2028 moeten pensioenregelingen zijn aangepast aan het nieuwe stelsel.
Voor werkgever is deze overgang van belang. Werknemer kunnen vragen stellen over hun pensioenpositie, mogelijke pensioencompensatie en de gevolgen van uitdiensttreding of een baanwissel. Dat speelt vooral bij werknemers die in 2026 of 2027 uit dienst gaan, omdat veel pensioenregelingen in deze periode worden aangepast.
Wat verandert er in hoofdlijnen?
Onder het oude pensioenstelsel was in veel regelingen sprake van de zogenoemde doorsneesystematiek. Kort gezegd hield dit in dat deelnemers binnen een pensioenregeling op een bepaalde manier gezamenlijk pensioen opbouwden. Jongere werknemers droegen relatief meer bij aan het systeem, terwijl oudere werknemers relatief meer voordeel hadden van de opbouwsystematiek.
In het nieuwe pensioenstelsel wordt de pensioenopbouw anders ingericht. Er wordt meer gewerkt met persoonlijke pensioenvermogens en leeftijdsonafhankelijke premie. Daardoor wordt voor deelnemers beter zichtbaar welk pensioenvermogen voor hen wordt opgebouwd en hoe dat vermogen zich naar verwachting ontwikkelt.
De overgang naar het nieuwe stelsel kan voor bepaalde groepen werknemers nadelig uitpakken. Dat geldt met name voor werknemers in het midden van hun loopbaan. Zij hebben jarenlang deelgenomen aan het oude systeem, maar profiteren door de wijziging mogelijk minder van de voordelen die zij onder het oude systeem later zouden hebben gehad. Voor deze groep kan pensioencompensatie worden afgesproken.
Wat is pensioencompensatie?
Pensioencompensatie is bedoeld om nadeel door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel geheel of gedeeltelijk te verzachten. Het gaat dus niet om een algemene vergoeding waar iedere werknemer automatisch recht op heeft.
Of compensatie wordt toegekend, en zo ja aan wie en op welke wijze, hangt af van de toepasselijke pensioenregeling en het transitieplan. Daarbij kunnen onder meer de leeftijd van de werknemer, de transitiedatum van de pensioenregeling, de gekozen compensatiemethode en de vraag of de werknemer op het relevante moment nog actief deelnemer is, een rol spelen.
De compensatie wordt vaak vormgegeven binnen de pensioenregeling. Dat kan bijvoorbeeld door extra pensioenopbouw of een extra storting in het persoonlijk pensioenvermogen. In dat geval ontvangt de werknemer dus geen afzonderlijke betaling van de werkgever, maar wordt de compensatie via de pensioenregeling verwerkt.
Waarom is dit relevant bij uitdiensttreding?
Als het dienstverband eindigt, eindigt in beginsel ook de actieve deelname aan de pensioenregeling van de werkgever. Wat al aan pensioen is opgebouwd, blijft behouden. Toekomstige pensioenopbouw en eventuele toekomstige pensioencompensatie kunnen echter geheel of gedeeltelijk vervallen als de werknemer niet langer actief deelnemer is.
Dat kan vooral relevant zijn wanneer een werknemer uit dienst treedt vóórdat het pensioenfonds van de werkgever is overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. In zo’n situatie kan de werknemer mogelijk geen compensatie ontvangen bij het oude pensioenfonds, omdat hij of zij op de transitiedatum geen actieve deelnemer meer is. Als de werknemer vervolgens in dienst treedt bij een werkgever waarvan het pensioenfonds al eerder is overgestapt, kan het bovendien zo zijn dat ook daar geen aanspraak meer bestaat op compensatie.
In de praktijk wordt dit risico ook wel aangeduid als een mogelijk ‘pensioengat’. De omvang daarvan verschilt sterk per werknemer, per pensioenregeling en per pensioenfonds. Zonder concrete informatie van de pensioenuitvoerder is meestal niet goed vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van pensioennadeel en hoe groot dat nadeel is.
Kan een werknemer gemiste pensioencompensatie verhalen op de werkgever?
Een werknemer heeft niet automatisch recht op een afzonderlijke betaling van gemiste toekomstige pensioencompensatie door de werkgever. Als de compensatie onderdeel is van de pensioenregeling, wordt deze in beginsel toegekend volgens de voorwaarden van die regeling en het transitieplan.
Het enkele feit dat een werknemer door uitdiensttreding toekomstige compensatie misloopt, betekent dus niet zonder meer dat de werkgever dit bedrag afzonderlijk moet vergoeden.
Dat neemt niet weg dat pensioennadeel in individuele gevallen wel een rol kan spelen. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin de werkgever onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, concrete toezeggingen heeft gedaan over pensioencompensatie of waarin een arbeidsovereenkomst, cao, pensioenovereenkosmst of vaststellingsovereenkomst specifieke afspraken zijn gemaakt. Ook bij onderhandelingen over een beëindigingsregeling kan een concreet en goed onderbouwd pensioennadeel een relevant bespreekpunt worden.
Wat betekent dit voor de werkgever?
Voor werkgevers is het verstandig om tijdig in kaart te brengen welke pensioenregeling van toepassing is, wanneer de overstap naar het nieuwe stelsel plaatsvindt en of in het transitieplan een compensatieregeling is opgenomen. Ook is van belang welke groepen werknemers mogelijk voor compensatie in aanmerking komen en of actieve deelname vereist is om compensatie te ontvangen.
Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden of een voorgenomen ontslag kan pensioencompensatie een onderhandelingspunt worden. Werknemers kunnen stellen dat zij door het moment van uitdiensttreding compensatie mislopen. In dat geval is het voor werkgevers belangrijk om zorgvuldig te communiceren en geen garanties te geven over de persoonlijke pensioenpositie van de werknemer.
Een praktische lijn is om de werknemer te verwijzen naar het pensioenfonds of de pensioenuitvoerder voor een persoonlijke beoordeling. Als een werknemer stelt dat sprake is van aanzienlijk pensioennadeel, ligt het voor de hand om te vragen om een schriftelijke onderbouwing van de pensioenuitvoerder. Pas dan kan worden beoordeeld of het gestelde nadeel concreet en aannemelijk is.
Heeft u vragen over de Wet toekomst pensioenen, pensioencompensatie of de gevolgen daarvan bij uitdiensttreding? Neem dan gerust contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten.