Een billijke vergoeding van een ton

ton

Een billijke vergoeding van een ton

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in januari dat de verzochte billijke vergoeding van een ton passend is, aangezien de verstoorde arbeidsverhouding in overwegende mate het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van de werkgever.

Feiten
Sinds 2005 was de werknemer bij de werkgever in dienst als Werkbegeleider op de sociale werkplaats. Een aantal jaren later heeft de werknemer een promotie gekregen naar de functie van Werkcoach. In 2018 is hij wegens mentale klachten en overspanningsklachten uitgevallen. Vanaf 2019 is hij langzaam gaan re-integreren. Per 6 april 2019 was de werknemer weer volledig hersteld.

Tussen februari 2019 en januari 2020 is de verhouding tussen partijen snel verslechterd. Volgens de werkgever deugde de houding van de werknemer niet, vooral niet jegens zijn leidinggevenden. De werknemer liet zich daarop niet aanspreken en deed niets om zijn houding te verbeteren, aldus de werkgever. De werknemer was van mening dat het management na zijn re-integratie aanstuurde op zijn vertrek. Op 31 oktober 2019 heeft de werkgever ten overstaan van 200 werknemers een toespraak gehouden waarin de uitkomsten van een medewerkerstevredenheidsonderzoek zijn gepresenteerd. Tijdens die toespraak werden diffamerende uitlatingen gedaan over de werknemer. Zo werd zijn naam genoemd en het feit dat hij een dikke onvoldoende scoorde, dat tweederde van zijn medewerkers een andere werkcoach wilde en dat met hem geen overeenstemming is bereikt omtrent het verbetertraject.

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

Oordeel
Ook volgens het hof is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. Dit is in overwegende mate het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van de werkgever. De werkgever had helder en zakelijk aan de werknemer, die net terugkwam na een ziekteperiode, moeten uitleggen welke aspecten in zijn houding als onprettig of onwerkbaar werden ervaren en welke concrete verbeteringen binnen welke termijn van hem werden verwacht. Vervolgens diende de werkgever het afgesproken verbetertraject vorm te geven. Dat de werkgever dit niet heeft gedaan, is volgens het hof onbegrijpelijk. Bovendien is naar het oordeel van het hof niet acceptabel dat de werkgever de werknemer kort na zijn re-integratie onder druk heeft gezet om te vertrekken. Verder acht het hof de uitlatingen tijdens de bijeenkomst op 31 oktober 2019 ontoelaatbaar. Niet valt in te zien welk doel het diende om in deze mate in aanwezigheid van het voltallige personeel op de persoon van de werknemer in te zoomen en mededelingen te doen over een vertrouwelijk verbetertraject dat door nalaten van de werkgever niet is ingezet. Hiermee heeft de werkgever het herstel van de zwaar beschadigde arbeidsverhouding definitief onmogelijk gemaakt.

Het hof kent daarom aan de werknemer een billijke vergoeding toe. Hierbij wordt in acht genomen dat van de werkgever, vanwege de kwetsbaarheid van de werknemer, mocht worden verwacht dat hij zorgvuldig met de werknemer en het hem aan te reiken plan van aanpak was omgegaan. Het is goed voorstelbaar dat gezien het nog vrij fragiele herstel van de werknemer, de wijze waarop met hem is omgegaan extra impact heeft gehad. Het hof kende de werknemer een billijke vergoeding van een ton toe.

Voor de gehele uitspraak klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl