Ritje naar Duitsland leidt tot vast contract

chauffeur

Ritje naar Duitsland leidt tot vast contract

Nadat partijen drie keer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd hebben gesloten, verricht de werknemer op verzoek van de werkgever nog een ritje naar Duitsland. Nu niet duidelijk door de werkgever is onderbouwd waarom er sprake zou zijn van een opdrachtovereenkomst, kan ervan worden uitgegaan dat de werknemer voor onbepaalde tijd in dienst is van de werkgever.

Feiten
De werknemer heeft sinds 1 mei 2019 drie keer een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd. De werkgever heeft op 27 oktober 2020 aan de werknemer laten weten, dat zijn derde contract zijn laatste zou zijn. De derde arbeidsovereenkomst zou dus per 1 december niet worden verlengd. Desondanks heeft de werknemer op 6 en 7 december nog een rit naar Duitsland gemaakt voor de werkgever. De werknemer stelt dan ook dat vanaf dat moment een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan en vordert de werkgever loon te betalen vanaf 1 december 2020.

Oordeel
Het gaat hier om de vraag of er vanaf 1 december 2020 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan tussen partijen. Beide partijen zijn het eens over het feit dat de werknemer op verzoek van de werkgever deze rit heeft uitgevoerd. De werkgever stelt echter dat de werkzaamheden op basis van een opdrachtovereenkomst zijn uitgevoerd, terwijl de werknemer dit betwist. De werknemer heeft namelijk geen KvK-nummer en wijst erop dat een uurtarief van EUR 18,50 voor deze werkzaamheden niet reëel is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De werkgever stelt dat partijen afspraken hebben gemaakt over opdrachten die de werknemer op zzp-basis uitvoert en dat deze rit één van die opdrachten was. Het is dan aan de werkgever om dit goed te onderbouwen en dit is niet gebeurd. Nergens blijkt uit dat afspraken zijn gemaakt en wat de inhoud hiervan is. Zeker nu partijen er belang bij hebben om een andere juridische status af te spreken nadat er voorheen sprake was van een werkgever-werknemer relatie, zou het te verwachten zijn dat hier concrete gegevens over bestaan.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer mocht aannemen dat de arbeidsovereenkomst na afloop van 30 november 2020 is voortgezet. De werknemer heeft daardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De loonvordering van de werknemer werd toegewezen.

Voor de hele uitspraak, klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

 

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl