Rechtsgeldig proeftijdbeding of niet?

Rechtsgeldig proeftijdbeding of niet?

Rechtsgeldig proeftijdbeding of niet?

Het Hof Den Bosch oordeelde deze maand dat tussen werkgever en werknemer een rechtsgeldig proeftijdbeding was overeengekomen en dat werkgever de arbeidsovereenkomst tijdig, binnen die proeftijd, heeft opgezegd.

Feiten
Werknemer heeft op 19 december 2019 van werkgever de arbeidsovereenkomst en het werkrooster ingaande 2 januari 2020 ontvangen. In de arbeidsovereenkomst staat dat deze wordt aangegaan voor de duur van zes maanden en één dag. De eerste maand geldt als proeftijd en loopt derhalve tot en met 2 februari 2020.

Op 30 december 2019 vertelt werknemer aan werkgever dat hij een huis gaat huren, waardoor hij pas een dag later – namelijk 3 januari 2020 – kan beginnen. Werkgever reageert hierop positief en werknemer begon inderdaad per 3 januari met het verrichten van zijn werkzaamheden voor werkgever.

Op 31 januari 2020 heeft werkgever per e-mail aan werknemer medegedeeld dat hij wordt ontslagen en dat dit als proeftijdontslag geldt. Op de loonstrook staat dat werknemer op 2 januari 2020 bij werkgever in dienst is getreden.

Proeftijdbeding
Op grond van de wet kan een proeftijd worden afgesproken van maximaal een maand, indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor langer dan zes maanden maar korter dan twee jaren. De vraag is of de duur van de arbeidsovereenkomst door de afspraak van 30 december 2019 – een dag later te beginnen met het verrichten van werkzaamheden – nu zes maanden is geworden, waardoor het proeftijdbeding nietig is.

Oordeel
Het hof stelt vast dat partijen op 19 december 2019 de bedoeling hadden een arbeidsovereenkomst met elkaar aan te gaan voor de duur van zes maanden en één dag. Dit staat ook letterlijk in de arbeidsovereenkomst. Partijen hebben bewust gekozen voor een dergelijke periode om een proeftijd te kunnen afspreken. Het aanvangsmoment waarop feitelijk wordt gewerkt dient te worden onderscheiden van het aanvangsmoment van de overeenkomst. Dit laatste is niet gewijzigd door de (feitelijke invulling van de) afspraak van 30 december 2019. Daarmee is de aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst 2 januari 2020 gebleven en de duur van de arbeidsovereenkomst zes maanden en één dag.

Zelfs als werknemer pas op 3 januari 2020 is begonnen met het verrichten van werkzaamheden en zelfs al was dat goed gevonden, kan daaruit nog niet worden afgeleid dat partijen de aanvankelijke duur van de arbeidsovereenkomst hebben willen wijzigen of daadwerkelijk gewijzigd hebben.

Het hof oordeelde dat het proeftijdbeding rechtsgeldig is en daarmee ook het gegeven proeftijdontslag.

Voor de gehele uitspraak, klik hier.

Vragen over het bovenstaande? Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444

Yvonne Sørensen
sorensen@sorensenadvocaten.nl